Wet personenvervoer 2000 · Wet personenvervoer 2000
Wet personenvervoer 2000 Art. 64
§ 5 Bijzondere bepalingen inzake door Onze Minister te verlenen concessies
1 Onze Minister is bevoegd een concessie als bedoeld in artikel 20, eerste lid , te verlenen zonder dat daartoe de procedure van de paragrafen 1 tot en met 3 van dit hoofdstuk wordt toegepast.
2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop een concessie door Onze Minister wordt verleend, indien daartoe niet de procedure van de paragrafen 1 tot en met 3 van dit hoofdstuk wordt toegepast.
3 Bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het tweede lid, kunnen onder meer regels worden gesteld over: a. de keuze van de voor het verlenen van een concessie te volgen procedures; b. de criteria voor toelating van ondernemingen tot de procedure voor het verlenen van een concessie, waaronder de uitsluiting van ondernemingen die door hun marktmacht of concurrentiepositie een eerlijke competitie belemmeren; c. de criteria voor het verlenen van een concessie.
4 Een concessie voor het hoofdrailnet wordt door Onze Minister niet eerder verleend, dan acht weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
Änderungsgeschichte
- In werking sinds 2019-03-07