Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen · Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen
Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen Art. 51
Paragraaf 1 Verzorging
1 Het bezit van contant geld door de jeugdigen in de inrichting of een afdeling is verboden, tenzij in de huisregels anders is bepaald.
2 In inrichtingen of afdelingen waar het bezit door de jeugdigen van contant geld is verboden, heeft de jeugdige de beschikking over een rekening-courant bij de inrichting.
3 Aan de jeugdige kan een zakgeld worden toegekend volgens door Onze Minister te stellen regels.
4 In de huisregels kunnen nadere regels worden gesteld omtrent het bezit van contant geld en het gebruik van de rekening-courant. Deze regels kunnen een beperking inhouden van het bedrag waarover de jeugdige ten hoogste in contanten of door middel van zijn rekening-courant mag beschikken.