Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen · Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen
Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen Art. 58
Hoofdstuk X Disciplinaire straffen
1 Van elke strafoplegging dan wel wijziging daarvan houdt de directeur aantekening in een register.
2 Indien een straf ingevolge de hoofdstukken XII , XIII of XIV geheel of ten dele wordt herzien, houdt de directeur hiervan aantekening in een register.
3 De ouders of voogd, stiefouder of pleegouders dan wel de gecertificeerde instelling, worden van het opleggen van een straf, bedoeld in artikel 55, eerste lid , en van de redenen daarvan op de hoogte gesteld. Ten aanzien van jeugdigen van achttien jaar en ouder is de instemming van de jeugdige vereist.
4 De directeur kan van het doen van mededelingen omtrent de redenen voor het opleggen van de straf afzien indien: a. de ouders, voogd, stiefouder of pleegouders te kennen hebben gegeven niet betrokken te willen worden bij het verblijf van de jeugdige in de inrichting; b. zwaarwegende belangen van de jeugdige zich tegen het doen van deze mededelingen verzetten.
Änderungsgeschichte
- In werking sinds 2015-01-01