Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 · Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 Art. 17aWaardering woningen; correctie op WOZ-waarde
Hoofdstuk 5 Heffingsgrondslag bij sparen en beleggen ( Hoofdstuk 5 van de wet )
1 De waarde, bedoeld in artikel 5.20, derde lid, van de wet , wordt gesteld op de op grond van artikel 5.20, eerste en tweede lid, van de wet, in aanmerking te nemen waarde (WOZ-waarde) vermenigvuldigd met de leegwaarderatio.
2 Bij een voor het enkele gebruik van de woning verschuldigde jaarlijkse huur of pacht als percentage van de WOZ-waarde van: meer dan maar niet meer dan bedraagt de leegwaarde ratio 0% 1% 73% 1% 2% 79% 2% 3% 84% 3% 4% 90% 4% 5% 95% 5% – 100%
3 De jaarlijkse huur of pacht, bedoeld in het tweede lid, wordt gesteld op twaalf maal de maandelijkse huur, onderscheidenlijk pacht, zoals die geldt aan het begin van het kalenderjaar.
4 Indien de woning een gedeelte van een gebouwd eigendom is als bedoeld in artikel 16, onderdeel c, van de Wet waardering onroerende zaken , en niet als een afzonderlijke zaak vervreemd kan worden, wordt voor de toepassing van het eerste en het tweede lid de WOZ-waarde van die woning verlaagd met een bedrag van € 20 000.
5 Indien van een woning een gedeelte verhuurd is, wordt slechts de WOZ-waarde van dat deel vermenigvuldigd met de leegwaarderatio. Indien de WOZ-waarde van dat deel niet is vastgesteld, wordt deze bepaald door de totale WOZ-waarde van de woning te vermenigvuldigen met de verhuurde vierkante meters en te delen door de totale oppervlakte van de woning.
6 Indien de waarde, bedoeld in het eerste lid, ten minste 10% hoger is dan de waarde in het economische verkeer van de woning in verhuurde of verpachte staat op de waardepeildatum, bedoeld in artikel 18 van de Wet waardering onroerende zaken , wordt, in afwijking van het eerste lid, voor de toepassing van artikel 5.20, derde lid, van de wet uitgegaan van die waarde in het economische verkeer.
Änderungsgeschichte
- In werking sinds 2026-01-01