Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 · Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001
Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 Art. 18Waardering; waardering genotsrechten
Hoofdstuk 5 Heffingsgrondslag bij sparen en beleggen ( Hoofdstuk 5 van de wet )
1 De waarde van een genotsrecht als bedoeld in artikel 5.22, derde lid, van de wet wordt gesteld op het overeenkomstig artikel 19 tot kapitaal gebrachte bedrag van de jaarlijkse voordelen uit de gerechtigdheid.
2 Voor de toepassing van het eerste lid worden de jaarlijkse voordelen gesteld op 4% van de waarde van hetgeen aan het genotsrecht is onderworpen, naar het tijdstip waarop de waardering van het genotsrecht plaatsvindt.