Gerechtsdeurwaarderswet · Gerechtsdeurwaarderswet
Gerechtsdeurwaarderswet Art. 51
Hoofdstuk V Schorsing en ontslag
Een gerechtsdeurwaarder of waarnemend gerechtsdeurwaarder is van rechtswege geschorst:
a. wanneer hij rechtens van zijn vrijheid is beroofd; b. indien hem surséance van betaling is verleend en gedurende zijn faillissement; c. indien hij onder curatele is gesteld; d. indien zijn goederen onder bewind zijn gesteld; e. indien ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard.