Reglement justitiële jeugdinrichtingen · Reglement justitiële jeugdinrichtingen
Reglement justitiële jeugdinrichtingen Art. 17
Hoofdstuk 3 Commissie van toezicht en beklagcommissie
1 Een lid van de commissie van toezicht wordt door Onze Minister tussentijds ontslagen: a. op eigen verzoek; b. bij de aanvaarding van een ambt of betrekking dat onverenigbaar is met het lidmaatschap van een commissie van toezicht; c. wanneer hij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel hem bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft; d. wanneer hij naar het oordeel van Onze Minister door handelen of nalaten ernstig nadeel toebrengt aan het in hem te stellen vertrouwen.
2 Aan een lid kan door Onze Minister tussentijds ontslag worden verleend bij het verlies van de hoedanigheid of beëindiging van de ambtsvervulling in verband waarmede de benoeming heeft plaatsgevonden.
3 Hangende de procedure voor ontslag kan Onze Minister het lid in de uitoefening van zijn functie schorsen.