Regeling straf- en afzonderingscel justitiële jeugdinrichtin Art. 12
Paragraaf 3 De inrichting van de straf- of afzonderingscel
1 De directeur draagt zorg dat de straf- of afzonderingscel voldoende is verlicht. De cel is daartoe voorzien van een van buiten die cel bedienbare verlichting met voldoende lichtsterkte, conform de functionele eisen binnenverlichting volgens de geldende NEN-norm.
2 De directeur kan bepalen dat `s nachts de verlichting blijft branden indien hiervoor redenen aanwezig zijn dan wel op verzoek van de jeugdige.