Regeling straf- en afzonderingscel justitiële jeugdinrichtin Art. 31
Paragraaf 8 Plaatsing en overplaatsing
1 Indien de directeur voornemens is, met toepassing van artikel 26, eerste lid , of artikel 56, eerste lid, van de wet . de afzondering buiten de eigen inrichting ten uitvoer te leggen, maakt hij zijn voorgenomen besluit kenbaar aan de selectiefunctionaris.
2 Indien de afzondering buiten de eigen inrichting ten uitvoer wordt gelegd, voert de selectiefunctionaris omtrent de plaatsing overleg met de inrichting waar de afzondering dient te worden uitgevoerd.
3 De directeur besluit tot plaatsing na instemming van de selectiefunctionaris.
4 De directeur draagt zorg, dat indien besloten wordt tot overplaatsing, de ouders of voogd, stiefouder of pleegouders, de gecertificeerde instelling, bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet , terstond hiervan in kennis worden gesteld.
Änderungsgeschichte
- In werking sinds 2015-03-24