Bemanningsbesluit Arubaanse, Curaçaose en Sint Maartense zee Art. 18
§ 4 Aanvullende eisen ten aanzien van de bemanning
1 De kapitein van een passagierschip zorgt er voor dat: a. er een werktaal wordt vastgesteld, die in het scheepsdagboek wordt aangetekend; b. elk bemanningslid deze taal begrijpt en, in voorkomend geval, in die taal bevelen en instructies kan geven en rapporteren; c. indien de werktaal geen Nederlands, Papiaments of Engels is, alle op te hangen plannen en lijsten een vertaling in de werktaal bevatten.
2 De scheepsbeheerder draagt er zorg voor dat aan boord van zijn schip aan het eerste lid, onderdeel c, wordt voldaan.