Wet lidmaatschap koninklijk huis · Wet lidmaatschap koninklijk huis
Wet lidmaatschap koninklijk huis Art. 8
1 De vermoedelijke opvolger van de Koning en de Koning die afstand van het koningschap heeft gedaan dragen de titel «Prins (Prinses) der Nederlanden».
2 De titel «Prins (Prinses) der Nederlanden» kan bij koninklijk besluit uitsluitend worden verleend aan de volgende leden van het koninklijk huis: a. de echtgenoot of echtgenote van de Koning; b. kinderen geboren uit een huwelijk van de Koning; c. de echtgenoot of echtgenote van de vermoedelijke opvolger van de Koning; d. kinderen geboren uit een huwelijk van de vermoedelijke opvolger van de Koning; e. zij die krachtens artikel 4 lid zijn van het koninklijk huis.
3 De titel «Prins (Prinses) der Nederlanden» vervalt met het verlies van het lidmaatschap van het koninklijk huis.