Mijnbouwwet Art. 28
§ 3.1 Algemene bepalingen
In een opslagvergunning anders dan een vergunning voor permanent opslaan van CO 2 wordt bepaald voor welke stoffen, voor welk gebied en voor welk tijdvak zij geldt. Daarbij wordt bepaald dat:
a. de in de ondergrond gebrachte stoffen voor een in de vergunning geregeld tijdstip teruggehaald moeten worden, of b. de stoffen definitief in de ondergrond achtergelaten moeten worden.
Änderungsgeschichte
- In werking sinds 2011-09-10