Mijnbouwwet Art. 45n
§ 4.1a Verplichtingen bij de opsporing en winning van koolwaterstoffen
1 De exploitant dient in het geval van een boorgatactiviteit, een kennisgeving van de boorgatactiviteit in bij de inspecteur-generaal der mijnen.
2 De kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, bevat tevens het bedrijfsbeleid inzake het voorkomen van zware ongevallen voor zover dit beleid niet reeds eerder is ingediend bij de inspecteur-generaal der mijnen.
3 De exploitant start niet met een boorgatactiviteit, voordat de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, aan de inspecteur-generaal der mijnen is voorgelegd.
4 De exploitant begint niet met of staakt een boorgatactiviteit, indien de inspecteur-generaal der mijnen bezwaren heeft geuit over de inhoud van de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid.
5 Bij elke essentiële wijziging in de gegevens van een ingediende kennisgeving van boorgatactiviteiten betrekt de exploitant een onafhankelijke verificateur bij het opstellen daarvan en stelt de inspecteur-generaal der mijnen in kennis van deze wijziging.
Änderungsgeschichte
- In werking sinds 2026-01-01