Mijnbouwbesluit · Mijnbouwbesluit
Mijnbouwbesluit Art. 40e
§ 5.1.4 Regels over het buiten werking zijn, het hergebruiken en het verwijderen van mijnbouwwerken
1 Onze Minister kan aan de houder van een vergunning als bedoeld in de artikelen 6 , 24b en 25 van de wet een tijdelijke ontheffing als bedoeld in artikel 44b, eerste lid, van de wet verlenen, indien het mijnbouwwerk: a. nodig is voor het gebruik van een ander mijnbouwwerk als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met h ; b. doelmatiger kan worden verwijderd of hergebruikt, indien de houder van een vergunning het mijnbouwwerk tezamen met een ander mijnbouwwerk verwijdert of hergebruikt; c. in aanmerking komt voor geheel of gedeeltelijk hergebruik als onderzoek is of wordt verricht naar de geschiktheid voor opsporing of winning van delfstoffen of aardwarmte of de opslag van stoffen; d. redelijkerwijs rendabel opnieuw in gebruik genomen kan worden na: 1°. verbetering van de omstandigheden op de markt voor koolwaterstoffen, andere delfstoffen, aardwarmte, respectievelijk de opslag van stoffen; 2°. een technische innovatie voor de winning van koolwaterstoffen, andere delfstoffen, aardwarmte, respectievelijk de opslag van stoffen; of e. in aanmerking komt voor een ander hergebruik dan het exploiteren van een mijnbouwwerk.
2 Onze Minister vraagt advies over een aanvraag om ontheffing van de verplichting tot verwijderen als bedoeld in artikel 44, tweede lid, van de wet voor het opnieuw in gebruik nemen: a. als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, voor de winning van koolwaterstoffen, aardwarmte en de opslag van CO 2 aan de vennootschap, bedoeld in artikel 82, eerste lid, van de wet en b. als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, onder 2°, tevens aan de Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek TNO als bedoeld in artikel 3 van de TNO-wet .
3 Onze Minister kan de ontheffing voor hergebruik van het mijnbouwwerk voor een periode van maximaal vijf jaar verlenen.
4 Onze Minister kan de ontheffing telkens voor een periode van maximaal vijf jaar verlengen.
5 Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op een aanvraag om een ontheffing.
6 Onze Minister kan, onverminderd artikel 7, derde lid , een ontheffing ambtshalve geheel of gedeeltelijk wijzigen of intrekken, indien de houder van een vergunning: a. de ontheffing niet langer nodig heeft om in een hergebruik van het mijnbouwwerk te kunnen voorzien; b. niet overeenkomstig de ontheffing handelt of heeft gehandeld.
Änderungsgeschichte
- In werking sinds 2023-07-01