Beleidsregel toetsing vergunningen personenvervoer aan de We Art. 2.1.3
Paragraaf 2.1 Voordelen uit strafbare feiten
Als strafbare feiten, bedoeld in artikel 2.1.2 , kunnen worden aangemerkt:
1 de commune delicten uit het Wetboek van Strafrecht : a. deelneming aan een criminele organisatie (140 Sr), voor zover het betreft organisaties die zich schuldig hebben gemaakt aan de in dit artikel genoemde strafbare feiten; b. omkoping van of dwanguitoefening op een ambtenaar, bestuurder of beëdigde beambte (177, 179, 183, eerste lid Sr); c. omkoping van een rechter (178 (Sr); d. het illegaal te werk doen stellen van zich onrechtmatig in Nederland bevindende personen (197b Sr); e. valsheid in geschrifte (225-227, 230 Sr); f. mensenhandel, specifiek het vervoeren van personen die worden bewogen tot seksuele handelingen met derden tegen betaling (250a, eerste lid, onder 2 Sr); g. mensenroof (278 Sr); h. slavenhandel (276 Sr); i. schaking (281 Sr); j. wederrechtelijke vrijheidsberoving (282, 283) en gijzeling (282a Sr), k. diefstal en diefstal met geweld (310, 312 Sr); l. afpersing (317 Sr) en afdreiging (318 Sr); m. verduistering (321 Sr) en beroepshalve verduistering (322 Sr); n. oplichting (326 Sr) en betalingsbedrog (326a Sr); o. verzekeringsoplichting (328 Sr); p. oneerlijke mededinging door misleiding (328bis Sr); q. de aflevering van vervalste voedselwaren en geneesmiddelen (330 Sr) en het plegen van bedrieglijke handelingen bij de levering van materialen (331, tweede lid Sr); r. het in-, door- of uitvoeren, afleveren en in voorraad hebben van valse waren of merken (337, eerste lid Sr), in het bijzonder het plegen beroepshalve (337, tweede Sr); s. bankbreuk (340 Sr) en bedrieglijke bankbreuk (341 Sr); t. opzetheling (416) en schuldheling (417bis Sr); of u. de medeplichtigheid aan of poging tot het begaan van onder b tot en met t genoemde strafbare feiten.
2 de delicten uit de Opiumwet : a. het importeren, exporteren, bereiden, telen, bewerken, verwerken, afleveren, verstrekken, vervoeren of aanwezig hebben van verboden middelen ( 2, eerste lid onder A, B, C en D en 3, eerste lid, onder A, B, C en D, van de Opiumwet ); a. het medeplichtig zijn aan of op enigerlei wijze behulpzaam zijn bij de onder a bedoelde handelingen ( 10a, eerste lid, van de Opiumwet ).
3 de delicten uit de Algemene wet inzake rijksbelastingen : a. het opzettelijk of met grove schuld ontduiken van belasting die een rechtspersoon verplicht is af te dragen op grond van de Wet op de omzetbelasting , Wet op de inkomstenbelasting en de Algemene wet inzake rijksbelastingen (artikel 67, onder e) ; b. het opzettelijk of met grove schuld niet of niet tijdig betalen van belasting die een rechtspersoon verplicht is af te dragen op grond van de Wet op de omzetbelasting , Wet op de inkomstenbelasting en de Algemene wet inzake rijksbelastingen (artikel 67, onder f) .