Besluit spoorverkeer · Besluit spoorverkeer
Besluit spoorverkeer Art. 21
§ 4 Veilig vertrek en vervoer
1 Indien gereden wordt over hoofdspoorwegen als bedoeld in bijlage 2 bij het Besluit aanwijzing hoofdspoorwegen , die gelegen zijn in een kruising of een samenloop met een voor het openbaar verkeer openstaande weg als bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994 , en die niet worden aangeduid als een overweg door middel van de borden J12 en J13 van bijlage 1 bij RVV 1990 : a. wordt de snelheid verminderd en wordt zo nodig gestopt als de veiligheid van het verkeer dat verlangt; b. wordt de weggebruikers voorrang verleend; c. worden de aanwijzingen 1 tot en met 7 van bijlage 2, behorende bij RVV 1990 , opgevolgd; d. worden aan de weggebruikers de voor het rijden van de trein en voor de veiligheid van het verkeer benodigde stoptekens, bedoeld in artikel 82, vierde lid, van RVV 1990 , en andere aanwijzingen gegeven.
2 Wanneer de stoptekens en aanwijzingen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, niet door de bestuurder kunnen worden gegeven, worden deze gegeven door de begeleider van de trein.
Änderungsgeschichte
- In werking sinds 2023-08-08