Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën v Art. 23
Hoofdstuk VII Overgangs- en slotbepalingen
Indien er ten aanzien van een asielzoeker
a. voor 1 januari 2000 op diens asielaanvraag in eerste aanleg in negatieve zin is beslist; b. een last tot uitzetting is gegeven; en c. door de korpschef van de politieregio waar de vreemdeling zijn woon- of verblijfsplaats heeft is meegedeeld dat hij Nederland moet verlaten,
eindigen de verstrekkingen, in afwijking van artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b van deze regeling, op de dag waarop de asielzoeker Nederland ingevolge de mededeling van de korpschef dient te verlaten.