Verordening PT vakheffing bloembollen leverbaar oogstjaar 20 Art. 12
§ 3 Grondslag en hoogte
1 Ingeval van verkoop van groen te velde verhandelde bollen van tulpen of narcissen, anders dan de in artikel 1, vierde lid, onder b bedoelde partijen, wordt de heffing berekend voor zover het betreft: a. tulpen over de helft, en b. narcissen: over 4/5 gedeelte, van het factuurbedrag van de desbetreffende partij.
2 Ingeval van verkoop van mud- en kilogramgoed van tulpen of narcissen, normaal aflopend ongeraapt, wordt de heffing berekend: a. voor zover het betreft tulpen indien: 1. daarin de maten zift 10, zift 11 en zift 12/op aanwezig zijn over 50% 2. daaraan de maat zift 12/op ontbreekt over 30% 3. daaraan de maten zift 11 en zift 12/op ontbreken over 10%, van het factuurbedrag van de desbetreffende partij; b. voor zover het betreft narcissen: van het factuurbedrag van de desbetreffende partij over 80%,
3 ingeval van mud- en kilogramgoed van krokussen en/of irissen, normaal aflopend ongeraapt, wordt de heffing berekend voor zover het betreft: a. krokussen: over 80%, b. Irissen: over 50%, van het factuurbedrag van de desbetreffende partij.
4 Ingeval van mud- en kilogramgoed van monbretia's, nat van het veld en normaal aflopend ongeraapt, wordt de heffing berekend over 40% van het factuurbedrag van de desbetreffende partij.