Uitvoeringsregeling Meststoffenwet · Uitvoeringsregeling Meststoffenwet
Uitvoeringsregeling Meststoffenwet Art. 58
§ 4 Bemonsteren bij vervoer van dierlijke meststoffen
1 De bemonstering van een vracht drijfmest vindt plaats onder de verantwoordelijkheid van de vervoerder.
2 De bemonstering van een vracht vaste mest geschiedt door de vervoerder.
3 In afwijking van het tweede lid, geschiedt de bemonstering van een vracht vaste mest, bestaande uit dikke fractie, door een monsternemende organisatie op verzoek van de leverancier of de vervoerder.
4 De vervoerder draagt er zorg voor dat de volgende gegevens aan rVDM worden gezonden: a. het rVDM-nummer van de vracht dierlijke meststoffen die is bemonsterd; b. het nummer van het deksel van de monsterpot en het nummer van de monsterpot of de monsterverpakking; en c. het combinatienummer.
Änderungsgeschichte
- In werking sinds 2023-01-01