Regeling aanvullende regels veiligheid wegtunnels Art. 13a
1 De gestandaardiseerde uitrusting als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de wet bestaat voor een tunnel langer dan 250 meter en ten hoogste 500 meter uit: a. bluswatervoorziening; b. C2000; c. calamiteitendoorsteek; d. elektrische energiebron; e. hulpposten; f. noodtelefoon; g. overdrukvoorziening grensruimte, tenzij er geen grensruimte is; h. verlichting verkeersbuis; i. vloeistofafvoer; j. vloeistofpompinstallatie; k. vluchtdeurindicatie; l. veilige vluchtroute, bestaande uit een middentunnelkanaal met de volgende uitrusting: i. verlichting veilige vluchtroute; ii. rij van vluchtdeuren; iii. overdrukvoorziening veilige vluchtroute; iv. vluchtroute-indicatie; v. kopdeur middentunnelkanaal,
2 Indien de beheerder dit verkeerskundig noodzakelijk acht, beschikt de tunnel tevens over handmatig bedienbare afsluitbomen.
3 Een tunnel langer dan 250 meter en ten hoogste 500 meter wordt uitgerust met de in het eerste lid bedoelde onderdelen overeenkomstig de voorschriften van bijlage 4 , paragrafen 1 tot en met 4, 16, 17, 19 tot en met 24, 29, 30, 32, 34 en 35 bij deze regeling.
Änderungsgeschichte
- In werking sinds 2013-07-01