Wet op het financieel toezicht · Wet op het financieel toezicht
Wet op het financieel toezicht Art. 1:100
Afdeling 1.5.2 Publicatiemogelijkheden van de toezichthouders
1 De toezichthouder gaat pas over tot openbaarmaking op grond van deze afdeling, nadat vijf werkdagen zijn verstreken na de dag waarop het besluit tot openbaarmaking aan de belanghebbende is bekendgemaakt.
2 In afwijking van het eerste lid gaat de toezichthouder pas over tot openbaarmaking op grond van artikel 1:94, eerste lid , nadat het besluit tot openbaarmaking onherroepelijk is.
3 Indien wordt verzocht om een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht om openbaarmaking op grond van deze afdeling te voorkomen, wordt de openbaarmaking opgeschort totdat de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan.
4 De toezichthouder beëindigt het openbaar beschikbaar houden van gegevens die tot afzonderlijke personen herleidbaar zijn op grond van artikel 1:94, tweede lid , of 1:97, eerste lid , onverwijld indien en voor zover: a. het besluit tot openbaarmaking wordt ingetrokken; of b. het besluit tot openbaarmaking door de bestuursrechter onherroepelijk is vernietigd.
5 In de gevallen, bedoeld in het vierde lid, biedt de toezichthouder de belanghebbende aan de intrekking of de vernietiging openbaar te maken.
6 In afwijking van artikel 1:97, vijfde lid , zijn het vierde en vijfde lid van overeenkomstige toepassing op een besluit tot openbaarmaking op grond van artikel 1:97, derde of vierde lid, voor zover de openbaarmaking in strijd met artikel 1:98 heeft plaatsgevonden.
Änderungsgeschichte
- In werking sinds 2018-07-01