Wet op het financieel toezicht · Wet op het financieel toezicht
Wet op het financieel toezicht Art. 1:62
§ 1.3.2.4 Raadplegen in het kader van overige procedures en kennis geven van bepaalde besluiten
1 De Nederlandsche Bank stelt de toezichthoudende instantie van de desbetreffende lidstaat in de gelegenheid advies uit te brengen alvorens een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:95 wordt verleend, indien de aanvrager: a. een beheerder van een icbe, beleggingsonderneming, herverzekeraar, bank, levensverzekeraar, schadeverzekeraar of betaalinstelling is waaraan in een andere lidstaat een vergunning is verleend; b. de moedermaatschappij is van een beheerder van een icbe, beleggingsonderneming, herverzekeraar, bank, levensverzekeraar, schadeverzekeraar of betaalinstelling als bedoeld onder a; of c. een persoon is die anderszins zeggenschap heeft over een beheerder van een icbe, beleggingsonderneming, herverzekeraar, bank, levensverzekeraar, schadeverzekeraar of betaalinstelling als bedoeld onder a.
2 De Nederlandsche Bank stelt de toezichthoudende instantie van een lidstaat in de gelegenheid advies uit te brengen alvorens een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:96a of 3:96c te verlenen indien daarbij is betrokken: a. een bank, beheerder van een beleggingsinstelling, beheerder van een icbe, beleggingsonderneming, herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar waaraan in de desbetreffende lidstaat een vergunning is verleend; b. de moedermaatschappij van een bank, beheerder van een beleggingsinstelling, beheerder van een icbe, beleggingsonderneming, herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar als bedoeld onder a; of c. een rechtspersoon die anderszins zeggenschap heeft over een bank, beheerder van een beleggingsinstelling, beheerder van een icbe, beleggingsonderneming, herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar als bedoeld onder a.
Änderungsgeschichte
- In werking sinds 2026-09-22