Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft Art. 131
§ 10.3.2 Regels voor beheerders van icbe’s en icbe’s Bepalingen ter uitvoering van de artikelen 4:47, tweede lid , 4:48, tweede lid , 4:49, tweede lid, aanhef en onderdeel e , 4:51, vijfde lid en 4:52, derde lid , 4:59a, derde lid , 4:59e, tweede lid , 4:60, eerste lid en 4:61 van de wet
1 In afwijking van artikel 130 kan het beheerde vermogen van een icbe: a. voor ten hoogste tien procent worden belegd in effecten en geldmarktinstrumenten die niet zijn toegelaten tot of worden verhandeld op een gereglementeerde markt of een andere markt in financiële instrumenten; b. indien het een maatschappij voor collectieve belegging in effecten betreft: worden belegd in zaken die rechtstreeks noodzakelijk zijn voor de uitoefening van haar werkzaamheid; of c. worden aangehouden in accessoir liquide middelen.
2 In afwijking van artikel 130 kan het beheerd vermogen van een feeder-icbe voor maximaal vijftien procent: a. worden belegd in financiële derivaten, bedoeld in artikel 130, onderdelen g en h , die alleen met het doel om risico af te dekken mogen worden gebruikt; b. indien het een maatschappij voor collectieve belegging in effecten betreft: worden belegd in zaken die rechtstreeks noodzakelijk zijn voor de uitoefening van haar werkzaamheid; of c. worden aangehouden in accessoir liquide middelen.
Änderungsgeschichte
- In werking sinds 2013-07-22