Vrijstellingsregeling Wft · Vrijstellingsregeling Wft
Vrijstellingsregeling Wft Art. 21
§ 3.2 Aantrekken van opvorderbare gelden van het publiek
Van artikel 3:5, eerste lid, van de wet , zijn vrijgesteld personen of vennootschappen die opvorderbare gelden aantrekken, ter beschikking verkrijgen of ter beschikking hebben tegen uitgifte van waardepapieren aan toonder als onderdeel van een verkooptransactie in het groothandels-, industrieel of detailhandelsbedrijf, voorzover zij:
a. per verkooptransactie voor een bedrag van ten hoogste een vierde van de verkoopprijs aan waardepapieren verkopen; en b. jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar een jaarrekening als bedoeld in artikel 361, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek bij de Nederlandsche Bank indienen, waarbij wordt vermeld het totale bedrag aan: 1°. verkooptransacties; en 2°. uitgegeven waardepapieren.