Regeling verplichtstelling beroepspensioenregeling Art. 15Intrekken van de ontheffing
Paragraaf 2 Gemoedsbezwaren
1 Een ontheffing wordt door de pensioenuitvoerder ingetrokken: a. op verzoek van de persoon aan wie de ontheffing is verleend; b. indien naar het oordeel van de pensioenuitvoerder de gemoedsbezwaren op grond waarvan de ontheffing is verleend, niet langer geacht kunnen worden te bestaan.
2 De ontheffing kan door de pensioenuitvoerder worden ingetrokken indien de betrokkene de bij de ontheffing gestelde voorwaarden niet of niet behoorlijk naleeft.
3 In de beroepspensioenregeling worden de gevolgen geregeld van de intrekking van een ontheffing.