Besluit reis-, verblijf-, en verhuiskosten politie Art. 26Algemene bepaling
Hoofdstuk IV Verhuizen
1 In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a. eigen huishouding voeren: het zelfstandig bewonen van woonruimte, voorzien van eigen meubilair en stoffering; b. voor het eerst aangesteld: aangesteld bij het landelijk politiekorps, bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de Politiewet 2012 , bij de rijksrecherche, bedoeld in artikel 49, eerste lid, van de Politiewet 2012 , of bij de Politieacademie, anders dan in geval van overgang binnen één maand: 1. van de ene naar de andere hiervoor genoemde (politie)organisatie; 2. van een andere overheidsdienst of een door het Rijk bekostigde onderwijsinstelling naar het landelijk politiekorps, bedoeld in artikel 25, eerste lid van de Politiewet 2012 , de rijksrecherche of de Politieacademie.
2 Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder de echtgenote of echtgenoot mede verstaan: de geregistreerde partner of de levenspartner met wie de niet-gehuwde ambtenaar samenwoont – en met het oogmerk duurzaam samen te leven – een gemeenschappelijke huishouding voert op basis van een notarieel verleden samenlevingscontract bevattende de wederzijdse rechten en verplichtingen ter zake van die samenwoning en gemeenschappelijke huishouding.
Änderungsgeschichte
- In werking sinds 2017-06-23