Wet tuchtrechtspraak accountants · Wet tuchtrechtspraak accountants
Wet tuchtrechtspraak accountants Art. 38
Hoofdstuk IV Het tuchtgeding in eerste aanleg
1 De accountantskamer doet schriftelijk uitspraak. De uitspraak wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris.
2 De uitspraak houdt in de beslissing omtrent het opleggen van de tuchtrechtelijke maatregel, de gronden en de voorschriften waarop zij berust.
3 De accountantskamer kan een klacht niet-ontvankelijk verklaren.
4 De accountantskamer, dan wel de voorzitter daarvan, spreekt de beslissing, bedoeld in het tweede en het derde lid, in het openbaar uit.
5 In afwijking van het eerste lid, kan de accountantskamer na sluiting van het onderzoek ter zitting onmiddellijk mondeling uitspraak doen.
6 De secretaris maakt van de mondelinge uitspraak een proces-verbaal op.
7 De uitspraak wordt onverwijld aan de betrokkene, de klager, de Autoriteit Financiële Markten en de beroepsorganisatie gezonden.
Änderungsgeschichte
- In werking sinds 2018-07-01