Regeling voertuigen · Regeling voertuigen
Regeling voertuigen Art. 5.11.9
§ 3 Motor, brandstofsystemen en milieu
Eisen Wijze van keuren 1. Alle onderdelen van de elektrische aandrijving van gehandicaptenvoertuigen moeten veilig zijn en deugdelijk zijn bevestigd. Leden 1 tot en met 3: visuele controle. 2. Gehandicaptenvoertuigen moeten zijn voorzien van een: a. aan- en uitschakelaar voor de elektromotor, en b. schakelaar voor het regelen van de snelheid van het voertuig. 3. Gehandicaptenvoertuigen moeten zijn voorzien van een vanuit de zitpositie van de bestuurder zichtbare: a. aanduiding omtrent de ladingsconditie van de tractiebatterijen, en b. aan- en uitindicator voor de elektrische installatie.