Regeling voertuigen · Regeling voertuigen
Regeling voertuigen Art. 5.18.36c
§ 4 Verlichting, lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen
1 Extra achteruitrijlichten die overeenkomstig de artikelen 5.3.57, vierde lid , 5.3a.57, vierde lid , of 5.12.57, vierde lid , op een bedrijfsauto, bus of aanhangwagen zijn gemonteerd, mogen ook branden bij een voorwaartse snelheid. Indien de voorwaartse snelheid van het voertuig meer dan 10 km/h bedraagt, worden de lichten automatisch uitgeschakeld en blijven zij uitgeschakeld totdat zij opzettelijk opnieuw worden ingeschakeld.
2 Manoeuvreerlichten mogen branden totdat het voertuig een snelheid heeft bereikt van 10 km/h.
Änderungsgeschichte
- In werking sinds 2018-01-01