Regeling voertuigen · Regeling voertuigen
Regeling voertuigen Art. 5.3a.56
§ 10 Lichten, lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen
Eisen Wijze van Keuren 1. De dimlichten moeten goed zijn afgesteld, waarbij het bepaalde in bijlage VIII , artikelen 113 en 114, van toepassing is. – 2. Bussen die zijn voorzien van een kenteken bevattende de lettergroep CD of CDJ of de lettergroep BN of GN en twee groepen van twee cijfers dan wel een vermelding inzake afwijkende koplampen in het kentekenregister, mogen zijn voorzien van dimlichten met een afwijkend lichtbeeld. Hierbij is het bepaalde in bijlage VIII , artikelen 113 en 114, van toepassing. –
Änderungsgeschichte
- In werking sinds 2018-05-20