Regeling voertuigen · Regeling voertuigen
Regeling voertuigen Art. 5.4.54
§ 10 Lichten, lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen
Eisen Wijze van Keuren 1. De afstand tussen de lichtdoorlatende gedeelten van de richtingaanwijzers aan de voorzijde bedraagt ten minste 240 mm. Leden 1 en 2: visuele controle; in geval van twijfel wordt de afstand tussen de richtingaanwijzers gemeten. 2. De afstand tussen de lichtdoorlatende gedeelten van de richtingaanwijzers aan de achterzijde bedraagt ten minste 180 mm.
Änderungsgeschichte
- In werking sinds 2016-01-01