Regeling voertuigen · Regeling voertuigen
Regeling voertuigen Art. 8.1.9
§ 2 Voorschriften met betrekking tot de keuring van meetmiddelen
1 De geldigheidsduur van een keuringscertificaat bedraagt: a. 12 maanden voor de meetmiddelen, genoemd in artikel 8.1.3, eerste lid, onder a, b, c, i, j, k en l; b. 24 maanden voor de meetmiddelen, genoemd in artikel 8.1.3, eerste lid, onder d, e, f, g en h; c. In afwijking van onderdeel b, blijft voor meetmiddelen, genoemd in artikel 8.1.3, eerste lid, onder d, e, f, g en h , waarvoor voor 20 mei 2018 een typegoedkeuringscertificaat als bedoeld in artikel 8.1.4, onderdeel b , is verstrekt, de geldigheidsduur van 12 maanden gelden.
2 In afwijking van het eerste lid, kan bij de typegoedkeuring een kortere geldigheidsduur worden bepaald.
3 De geldigheidsduur, bedoeld in het eerste lid: a. vangt aan met ingang van de datum van afgifte van het keuringscertificaat, of; b. eindigt op de vervaldatum, vermeld in het Register Meetmiddelen.
4 Indien een keuringscertificaat wordt afgegeven binnen twee maanden vóór het tijdstip waarop de termijn, bedoeld in het eerste lid, onder a en b, verstrijkt, vangt in afwijking van het derde lid de geldigheidsduur van het keuringscertificaat aan met ingang van dat tijdstip.
5 Een keuringscertificaat verliest zijn geldigheid, indien: a. een wijziging of herstel van het meetmiddel heeft plaatsgevonden, waardoor de juistheid kan zijn veranderd; b. de verzegeling is verbroken; c. een zodanige mechanische of elektrische overbelasting is ontstaan, dat een juist functioneren niet meer gewaarborgd kan worden, of d. de geldigheidsduur is verstreken.
6 Specifieke gebruiksomstandigheden van belang bij de keuring en bij het gebruik van het meetmiddel, worden vermeld in het keuringscertificaat.
Änderungsgeschichte
- In werking sinds 2021-01-01