Regeling voertuigen · Regeling voertuigen
Regeling voertuigen Art. 8.4.16
§ 2 Toerentellers
1 De toerenteller moet zijn voorzien van een aanwijsinrichting, die digitaal of analoog het gemeten toerental aangeeft.
2 De aanwijzing van het toerental moet plaatsvinden in omwentelingen per minuut.
3 De kleinste afleeseenheid mag ten hoogste een waarde hebben van 10 min –1 .
4 Het meetbereik van een toerenteller moet ten minste het gebied van 500 min –1 tot 6.000 min –1 omvatten.
Änderungsgeschichte
- In werking sinds 2017-04-01