Dienstenwet Art. 34
§ 5.1 Vergunningen op aanvraag
1 Een dienstverrichter stelt de bevoegde instantie die een vergunning heeft verleend in kennis van: a. de oprichting van dochterondernemingen waarvan de activiteiten onder de desbetreffende vergunning vallen; b. wijzigingen in zijn situatie waardoor niet meer aan de voorwaarden van de desbetreffende vergunning wordt voldaan.
2 Een dienstverrichter die de aanvraag om de vergunning heeft gedaan via het centraal loket, verricht de mededeling, bedoeld in het eerste lid, door verzending via het centraal loket.