Regeling signalering reddingmiddelen en vluchtwegen aan boor Art. 2
Ter zake van bedieningsaanwijzingen voor de groepsreddingmiddelen en tewaterlatingsmiddelen wordt aan boord van een vissersvaartuig waarvan de lengte 45 meter of meer bedraagt, gebruik gemaakt van:
a. het eerste tot en met het achtste symbool, aangegeven in de bij deze regeling opgenomen bijlage van de op 4 november 1993 aangenomen Resolutie A.760(18) van de Internationale Maritieme Organisatie, voor zover van toepassing; b. het eerste tot en met het tweeëntwintigste symbool, aangegeven in de bijlage , bedoeld onder a, voor zover van toepassing.