Regeling specificaties en typegoedkeuring boordcomputer taxi Art. 22
§ 2 Specificaties van de boordcomputer
1 In niet-geactiveerde toestand registreert de boordcomputer, uitgezonderd de gegevens, bedoeld in het tweede lid, geen gegevens en kan de boordcomputer uitsluitend de functies voor activering danwel deactivering uitvoeren.
2 De boordcomputer registreert de volgende identificatiegegevens van de boordcomputer voor de levensduur van de boordcomputer: a. de naam van de fabrikant; b. het serienummer van de boordcomputer; c. het versienummer en de datum van installatie van de programmatuur; d. het versienummer en de datum van installatie van programmatuurrevisies; e. het bouwjaar, en f. het goedkeuringsnummer.
3 De activering van de boordcomputer vindt plaats in de activerings- en keuringsmodus.
4 Wanneer de boordcomputer zich in de niet-geactiveerde toestand bevindt wordt de activeringsfunctie van de boordcomputer automatisch opgestart bij de eerste invoer van een keuringskaart.
5 Bij de activering van de boordcomputer worden de volgende gegevens tot het moment van deactivering geregistreerd: a. het kenteken van de auto; b. de kilometerstand van de auto bij activering; c. de datum en het tijdstip van de activering; d. het nummer van de keuringskaart; e. de constante van de boordcomputer in impulsen per kilometer; f. de effectieve omtrek van de wielbanden in millimeters; g. de bandenmaat van de auto; h. de aanwezigheid van een koppeling met de taxameter, en i. resultaat van het activeringsonderzoek en eventuele opmerkingen.
6 De boordcomputer stelt de gebruiker tijdens de activering in staat de impulsen te tellen om te komen tot de constante van de boordcomputer.
7 Na activering is de boordcomputer volledig operationeel en kan deze, uitgezonderd activering zelf, alle functies uitvoeren.
Änderungsgeschichte
- In werking sinds 2015-04-01