Visserijwet BES · Visserijwet BES
Visserijwet BES Art. 17
Hoofdstuk V Strafbepalingen
1 De in artikel 16 bedoelde personen zijn uitsluitend voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijs noodzakelijk is, bevoegd: a. van iedere vergunninghouder en van ieder waarvan vermoed wordt dat deze zonder vergunning heeft gehandeld, alle inlichtingen te verlangen; b. van iedere vergunninghouder en van ieder waarvan vermoed wordt dat deze zonder vergunning heeft gehandeld, inzage te verlangen van alle boeken en bescheiden en daarvan afschrift te nemen; c. goederen van vergunninghouders en van ieder waarvan vermoed wordt dat deze zonder vergunning heeft gehandeld, aan opneming en onderzoek te onderwerpen en deze daartoe tijdelijk mee te nemen; d. alle plaatsen, met uitzondering van woningen, te betreden, vergezeld van door hen aangewezen personen.
2 Zo nodig verschaffen zij zich de toegang tot een plaats als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, met behulp van de sterke arm.