Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtr Art. 26
§ 4 Het beroep
1 Het gerecht stelt binnen zeven dagen na ontvangst van het klaagschrift de dag vast, waartegen de betrokkene en de gezaghebber worden opgeroepen om te worden gehoord.
2 De griffier doet de gezaghebber bij de oproeping een exemplaar van het klaagschrift toekomen.
3 De gezaghebber doet onverwijld na ontvangst van de oproeping de bescheiden, op grond waarvan zijn beslissing is genomen, aan het gerecht overleggen.
4 Het gerecht stelt het openbaar ministerie, de klager en zijn raadsman in de gelegenheid van de door de gezaghebber overgelegde bescheiden kennis te nemen.