Besluit Pensioenwet BES · Besluit Pensioenwet BES
Besluit Pensioenwet BES Art. 14Parameters vanaf 2012
§ 4 Parameters
1 Vanaf 1 januari 2012 gaat een fonds voor de berekeningen, bedoeld in de artikelen 5b , 13 , 13b , 16a en 16b van de wet uit van: a. minimale verwachtingswaarden voor de groeivoeten van het loon- en prijsindexcijfer van 2%, respectievelijk 2%; b. een maximaal verwacht rendement op vastrentende waarden van 4,5% per jaar; c. een verwacht rendement op beursgenoteerde aandelen en indirect onroerend goed met een rekenkundig gemiddelde van maximaal 8,5% per jaar en een meetkundig gemiddelde van maximaal 7% per jaar; d. een verwacht rendement op overige zakelijke waarden met een rekenkundig gemiddelde van maximaal 9% per jaar en een meetkundig gemiddelde van maximaal 7,5% per jaar; e. een verwacht rendement op direct onroerend goed en grondstoffen met een rekenkundig gemiddelde van maximaal 7,5% per jaar en een meetkundig gemiddelde van maximaal 6% per jaar.
2 Een pensioenfonds kan na instemming van de Bank afwijken van de minimale verwachtingswaarden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, indien de specifieke omstandigheden van het pensioenfonds dat noodzakelijk maken.
3 De rendementscijfers, bedoeld in het eerste lid, betreffen bruto cijfers, voor aftrek van beleggingskosten.