Wetboek van Strafrecht BES · Wetboek van Strafrecht BES
Wetboek van Strafrecht BES Art. 346
Titel XXV Bedrog
Hij die, met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordeelen, hetgeen tot afbakening der grenzen van erven dient, vernielt, verplaatst, verwijdert of onbruikbaar maakt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren.