Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES · Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES
Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES Art. 100
Eerste Hoofdstuk Gewoon geding in hoger beroep Inleidende bepalingen
1 Bij het beroepschrift wordt tenminste een afschrift daarvan overgelegd.
2 De griffier tekent onverwijld de dag der ontvangst op het beroepschrift en de daarbij overgelegde afschriften aan.
3 Hij vergelijkt het beroepschrift met de daarbij overgelegde afschriften en tekent deze, desnoods na verbetering, voor copie conform.