Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES · Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES
Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES Art. 123
§ 5 Raadkamer
1 In alle zaken zal de voorzitter hoofdelijk omvraag doen, beginnende bij het jongste lid.
2 Zelf brengt hij het laatst zijn advies uit.
3 Ieder lid is verplicht aan de stemming deel te nemen.
4 Een afwezig lid kan zijn advies niet door een der aanwezigen doen voordragen of het schriftelijk uitbrengen.
5 Alle beslissingen worden genomen bij meerderheid van stemmen.
6 Wanneer meer dan twee verschillende gevoelens zijn geuit, wordt beslist in de zin, die het meest overeenkomt met het gevoelen der meerderheid.