Wetboek van Strafvordering BES · Wetboek van Strafvordering BES
Wetboek van Strafvordering BES Art. 31
Titel V Schorsing van de vervolging
1 In zaken betreffende minderjarige verdachten kan de vervolging worden geschorst, indien, gelijktijdig met de vervolging, aanhangig is: a. ten aanzien van beide of een van de ouders een verzoek of vordering tot ontheffing of tot ontzetting van de ouderlijke macht of van de voogdij; b. ten aanzien van de voogd een verzoek tot ontzetting van de voogdij; c. over de verdachte een verzoek of een vordering tot ondertoezichtstelling. De schorsing duurt voort totdat de beslissing daarop onherroepelijk zal zijn geworden.
2 In zodanig geval wordt de schorsing geacht plaats te vinden wegens het bestaan van een geschilpunt van burgerlijk recht.