Burgerlijk Wetboek BES Boek 3 · Burgerlijk Wetboek BES Boek 3
Burgerlijk Wetboek BES Boek 3 Art. 247
Afdeling 2 Pandrecht
De uitoefening van stemrecht, verbonden aan een goed dat aan pandrecht is onderworpen, blijft de pandgever toekomen, tenzij bij de vestiging van het pandrecht anders is bepaald. De statuten van een rechtspersoon kunnen een recht van de pandhouder tot het uitbrengen van diens stem in de vergadering van zijn organen uitsluiten en beperken.