Burgerlijk Wetboek BES Boek 3 · Burgerlijk Wetboek BES Boek 3
Burgerlijk Wetboek BES Boek 3 Art. 258
Afdeling 2 Pandrecht
1 Wanneer een in pand gegeven goed als bedoeld in artikel 236, eerste lid , in de macht van de pandgever komt, eindigt het pandrecht, tenzij het met toepassing van artikel 237, eerste lid , werd gevestigd.
2 Afstand van een pandrecht kan geschieden bij enkele overeenkomst, mits van de toestemming van de pandhouder uit een schriftelijke verklaring blijkt.