Burgerlijk Wetboek BES Boek 4 · Burgerlijk Wetboek BES Boek 4
Burgerlijk Wetboek BES Boek 4 Art. 937
Tweede Afdeling Van de bekwaamheid om bij uiterste wil te beschikken, of daarvan voordeel te genieten
1 Een uiterste wilsbeschikking, gemaakt ten voordele van iemand, die onbekwaam is om te erven, is nietig, zelfs wanneer de beschikking mocht zijn gemaakt op de naam van een tussenbeide komende persoon.
2 Voor tussenbeide komende personen worden gehouden de vader en de moeder, de kinderen en afstammelingen, en de echtgenoot van degene, die onbekwaam is om te erven.