Burgerlijk Wetboek BES Boek 8 · Burgerlijk Wetboek BES Boek 8
Burgerlijk Wetboek BES Boek 8 Art. 224
Afdeling 4 Voorrechten op zaken aan boord van zeeschepen
1 De vorderingen ter zake van hulpverlening of bijdrage in avarij-grosse, die bevoorrecht zijn op grond van artikel 211 of artikel 222, eerste lid , nemen onderling rang naar de omgekeerde volgorde van de tijdstippen, waarop zij ontstonden.
2 De bevoorrechte vorderingen, bedoeld in artikel 222, tweede lid , staan in rang gelijk.
3 De in artikel 284 van Boek 3 bedoelde vordering neemt rang na de in het eerste en het tweede lid bedoelde vorderingen, ongeacht wanneer die vorderingen zijn ontstaan.
4 In rang gelijkstaande vorderingen worden ponds-pondsgewijs betaald.