Uitrustingregeling voor de politie van Curaçao, van Sint Maa Art. 10
Hoofdstuk 2 Bewapening en overige uitrusting
De korpsbeheerder kan in bijzondere, door het bevoegd gezag aangegeven situaties, een ambtenaar aanwijzen die tijdelijk mede wordt bewapend met:
a. een lange wapenstok; b. rookgranaten, gasgranaten of gashouders; of c. een pistoolmitrailleur met de daarbij behorende munitie.