Wet strategische diensten · Wet strategische diensten
Wet strategische diensten Art. 14
§ 6 Vergunningverlening
1 Onze Minister kan aan een toestemming als bedoeld in de artikelen 3, tweede lid, en 4, tweede lid, van verordening 2019/125 , aan een ontheffing als bedoeld in artikel 3, derde lid , van deze wet, en aan een vergunning als bedoeld in de artikelen 11, eerste lid, 12, eerste lid, onderdelen a, b en c, en 13, eerste lid, van de Verordening producten voor tweeërlei gebruik, en de artikelen 4, derde lid en vierde lid , 5, eerste lid , 6, eerste lid , 8 en 10, eerste lid , voorschriften en voorwaarden verbinden.
2 Ten aanzien van de vergunningverlening worden bij ministeriële regeling nadere regels gesteld over: a. de wijze waarop en door wie een vergunning wordt aangevraagd; b. de aard van de vergunning; c. de voorschriften en voorwaarden die aan de vergunning verbonden kunnen worden.
3 Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.
4 De vergunning kan ook worden geweigerd, dan wel ingetrokken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur . Voordat toepassing wordt gegeven aan de vorige volzin, kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van die wet , om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet worden gevraagd.
5 Een vergunning als bedoeld in de artikelen 8 en 10, eerste lid , wordt in ieder geval geweigerd voor zover dit voortvloeit uit internationale verplichtingen.
6 Het is verboden te handelen in strijd met de voorschriften en voorwaarden die zijn verbonden aan een toestemming, ontheffing en vergunning, bedoeld in het eerste lid.
Änderungsgeschichte
- In werking sinds 2024-12-19