Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terroris Art. 5.10
§ 3 Aanwijzing en bestuurlijke sancties
1 De toezichtautoriteit kan een last onder dwangsom opleggen ter zake van overtreding van de artikelen 1.6 , 1.9, eerste, tweede en derde lid , 1.10 tot en met 1.12 , 2.2, eerste, tweede en vijfde lid , 2.3, eerste lid , 2.4, eerste en tweede lid , 2.5, eerste lid , 2.7, eerste lid, tweede volzin , 2.7, tweede lid, tweede volzin, 2.7, derde lid, 2.8, tweede lid , 2.9, tweede lid , 2.10 tot en met 2.19 , 3.5 , 3.6, tweede lid , 3.10 , 3.12 , 3.13 , 4.2 , 4.3 en 5.7, eerste lid , alsmede ter zake van het geen gevolg geven dan wel niet tijdig of onvolledig gevolg geven aan een krachtens artikel 5.9 gegeven aanwijzing.
2 Een last onder dwangsom kan worden opgelegd, zodra het gevaar van een overtreding klaarblijkelijk dreigt.
3 De toezichtautoriteit legt geen last onder dwangsom op, zolang een andere wegens dezelfde overtreding opgelegde last onder dwangsom van kracht is.
4 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de uitoefening van de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid.
5 De artikelen 7:22 tot en met 7:29 van de Wet financiële markten BES zijn van overeenkomstige toepassing.
Änderungsgeschichte
- In werking sinds 2021-07-01